Mag ik zijn wie ik ben?


116

door Priscilla Spee


Een lange, vlot geklede leidinggevende komt bij mij, omdat ze meer in verbinding met haar hart wil leven en keuzes wil maken waar ze achter staat. Om uit te vinden waar haar hart van opengaat, heeft ze in de eerste sessie de oefening ‘Geluksmomenten’ meegekregen.

Alles netjes in een overzicht
Vandaag kijken we wat de oefening haar opgeleverd heeft. Ze verontschuldigt zich voorzichtig en zegt met zachte stem dat ze graag alles netjes in een overzicht heeft, maar dat alles meer tijd nodig heeft dan ze dacht en dat ze niet alles goed bij elkaar had liggen. Ze had de hele dag de tijd, maar de dag was toch weer volgepland.

Terwijl ze voorzichtig praat en excuses maakt, komt in me op dat het lijkt alsof ze iemand anders wil zijn, iemand die zich netter en oppassender gedraagt. ‘Waar komt dat vandaan?’, peins ik hardop. Om dat uit te zoeken, stel ik voor om het gezin waar ze uit komt op te stellen: haar vader, moeder en zijzelf. Ik leg uit dat een opstelling zichtbaar maakt hoe je staat in een situatie en dat we daarvoor jezelf in relatie tot personen en gevoelens, met papiertjes op de grond tot leven brengen. ‘Prima’, zegt ze.

Angst als verbindende factor
Ze stelt zichzelf op en neemt haar plek in op haar papier. Vervolgens stelt ze met een afstand haar moeder op, die duidelijke normen heeft over hoe haar dochter moet zijn, en nog verder weg haar vader, bij wie ze het gevoel had dat ze hém moest helpen. Ik zie haar wat verloren kijken, met haar vader en moeder zo op afstand. Dichtbij haar liggen papiertjes met daarop haar verlangen om iemand te hebben om mee te delen en haar verlangen om zich verbonden te voelen. Midden tussen moeder, vader en haar ligt haar angst. Angst om het niet goed te doen, lijkt een verbindende factor tussen haar ouders en haar. Ze kijkt er wat beduusd bij.

Met haar hoofd begrijpt ze de opstelling, maar gevoelsmatig is ze in de war. Wat moet ze nu doen? Ze wil graag met haar angst aan de slag, want ze heeft al vaak lijstjes gemaakt van wat ze wil en kan en daar komt ze niet verder mee.

Recht het ‘oorlogsgebied’ in
Ik leg haar uit dat je angstpatronen omkeert door uit het vermijden te stappen en, voelend en al, wèl te zeggen, wèl te gaan en wèl te doen. Recht het ’oorlogsgebied’ in. Ze kan, met stapjes, oefenen met meer zichzelf zijn. Door met angst en al te delen wat ze wil en voelt en vooral door te oefenen met het ontvangen van de reactie die erop komt. Ontvangen is blijven staan, niet weglopen en de ander aankijken. Angst voor de reactie komt vermoedelijk uit haar jeugd en in het heden is de reactie van de ander dan onverwacht positief. Misschien is de reactie hetzelfde als haar ouders destijds gaven. Het verschil is, dat ze nu volwassen is, voor zichzelf kan zorgen en een keuze heeft. Daardoor is het nooit zo erg als toen en dat leert haar systeem als ze het doet.

Ik zie haar knikken en nadenken en ze gaat het proberen. Ik bewonder haar, want elke kleine stap is een pas vooruit, als een bloem die steeds meer op de voorgrond komt, uit de massa. Hoopvol loopt ze na de sessie de deur van de kamer uit.


Photo Aaron Burden on Unsplash



116